woensdag 3 augustus 2016

Kompassla


Kompassla - Lactuca serriola
 

De kompassla of wilde sla is een éénjarige of tweejarige plant uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). De Nederlandse naam is gegeven doordat de gedraaide bladtoppen de noord-zuidrichting aanwijzen. Alle slasoorten zijn ontstaan uit de kompassla.

Zijn broertje, de gifsla (Lactuca virosa), is een giftige eenjarige of tweejarige plant. De plant lijkt veel op kompassla, maar de bladeren zijn meestal niet gedraaid en de nootjes zijn niet behaard. Ook zijn de jonge nootjes van kompassla niet geel tot oranje maar wit tot crème gekleurd.

Lactuca komt van lac (melk) en duco (voeren), naar het melksap, dat de planten bevatten. Serriola betekent ‘zaagje’.

Vermoedelijk komt kompassla oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa (een steppeplant). Nu komt de plant voor in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Kompassla is nauw verwant aan de bladgroente sla. Behalve in hun blad verschillen beide soorten ook in de vorm van de pluim.

Vanuit een penwortel groeit een plant die onder gunstige omstandigheden tot twee meter hoog kan worden. De stengel blijft onvertakt tot ze bovenaan in een eindstandige pluim vertakt.
Bij kompassla staan de bladeren noord-zuidwaarts gericht. De naar het noorden of zuiden gerichte bladeren zijn boven de voet een kwartslag gedraaid, zodat ze een verticale positie innemen. Dit hele gedraai zou erop gericht zijn afgeschermd te zijn voor een te sterke verhitting door de middagzon.

De bladen kunnen variëren van ongelobd tot veerspletig. Het vreemde is dat het een plant is met verschillende bladeren. Dat komt wel vaker voor. Onderaan en bovenaan een plant verschillen de bladeren van bepaalde planten nogal eens, ook naar gelang hun ouderdom of seizoen.

De lichtgele 1-1,5cm grote bloemhoofdjes bevatten lintbloemen. Na twaalf uur 's middags zijn ze vaak al uitgebloeid. De rijpe nootjes zijn aan de top kort behaard en lichtbruin met donkere vlekjes. De bloeiperiode loopt van juli tot en met september.

De plant scheidt bij insnijding een wit melksap af.

Kompassla is van oorsprong een steppeplant en komt als pioniervegetatie voor op zonnige open plaatsen. Zowel op droge als meer vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende omgewerkte gronden in wegbermen, op stortplaatsen, oude zandhopen, spoordijken, aan stenige waterkanten en ook tussen straatstenen kan het door de wind aangevoerde zaad ontkiemen. Het is een algemene soort geworden in stedelijke gebieden. In België komt ze sinds 1960 op steeds grotere schaal voor.

Hoewel kompassla  in de volksgeneeskunde werd gebruikt om de darm, de luchtwegen, en vasculaire aandoeningen te behandelen ontbreekt tot nog toe wetenschappelijk onderzoek om dergelijke toepassingen te rechtvaardigen.

Alle delen van de plant zijn giftig. Die giftigheid werd vroeger in de volksgeneeskunde gebruikt. Ze werd samen met het eveneens giftige bilzekruid en scheerling verwerkt tot een narcoticum.
 
De hele plant is rijk aan een melkachtige sap dat vrij uit alle inkervingen stroomt. Dit sap verhardt en droogt wanneer het in contact komt met de lucht. Het bevat de stof lactucarium, dat in de geneeskunde wordt gebruikt voor zijn krampstillende, hypnotische, verdovende en kalmerende eigenschappen. Lactucarium heeft in zekere mate het effect van opium, maar zonder de neiging tot spijsverteringsproblemen, noch is het verslavend. Het is inwendig toepasbaar bij de behandeling van slapeloosheid, angst, neurosen, hyperactiviteit bij kinderen, droge hoest, kinkhoest, reumatische pijn enz… 

De concentraties lactucarium zijn laag en meest geconcentreerd wanneer de plant in bloei komt. Het wordt commercieel verzameld door het insnijden van de hoofden van de planten en schrapen het sap. Kompassla bevat niet zo veel lactucarium als Lactuca virosa.

De plant moet met voorzichtigheid worden gebruikt, en nooit zonder toezicht van een arts of vakman. Zelfs normale doses kunnen slaperigheid veroorzaken. Overdosis kan leiden tot de dood door middel van cardiale verlamming. Van de vaste olie uit de zaden wordt gezegd dat het hypnotische eigenschappen bezit. Een homeopathisch geneesmiddel wordt gebruikt bij de behandeling van chronische catarre, hoest, gezwollen lever, winderigheid en aandoeningen van de urinewegen.
 

 Disclaimer

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut.

 Bronnen:


Geen opmerkingen:

Een reactie posten